Help
Arbeidsmarkt
Vacatures
Werkloosheid
Overzicht

Arvastat > Help > Arbeidsmarkt

Herkomst

Mogelijke waarden:

Belg, andere EU-15 (buurlanden), andere EU-15 (West-EU-15), andere EU-15 (Zuid-EU-15), andere EU-28, niet-EU


De variabele herkomst verdeelt de bevolking (volgens socio-economische positie) in zes herkomstgroepen:


1. Belg: Belgische herkomst

2. Andere EU-15 (buurlanden): herkomst van één van de buurlanden van België (Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland)

3. Andere EU-15 (West-EU-15): een andere herkomst (dan de Belgische dan wel de buurlanden) binnen de West-EU-15 (Denemarken, Finland, Ierland, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Zweden)

4. Andere EU-15 (Zuid-EU-15): een herkomst van de Zuidelijk gelegen landen van de EU-15 (Griekenland, Italië, Portugal, Spanje)

5. Andere EU-28: nog een andere herkomst binnen de EU-28 (Bulgarije, Cyprus, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië)

6. Niet-EU: een herkomst van een land buiten de EU-28


De methodologie voor de integratie van de herkomstgegevens werd voor het eerst toegepast op de (beroeps)bevolking uit de Vlaamse arbeidsrekening voor het jaar 2012 (nulmeting).


De herkomst van een persoon wordt bepaald op basis van vier criteria, met name:


1. de huidige nationaliteit van de persoon

2. de eerst gekende nationaliteit van de persoon in het Rijksregister

3. de eerst gekende nationaliteit van de vader

4. de eerst gekende nationaliteit van de moeder


Wanneer de nationaliteit in één van deze vier gevallen niet Belgisch is, dan wordt deze persoon beschouwd als iemand met een buitenlandse herkomst. Anderzijds volgt daaruit dat iemand een Belgische herkomst wordt toegekend indien zijn of haar huidige en eerste nationaliteit Belgisch is, en indien beide ouders de Belgische als eerste nationaliteit hebben.

Ook de personen met een onvolledige nationaliteitshistoriek waarvoor op basis van bovenstaande criteria geen buitenlandse herkomst gekend is, worden gerekend als zijnde van Belgische herkomst. In de praktijk gaat het hierbij vooral om oudere personen met een Belgische huidige of eerste nationaliteit waarvoor in het Rijksregister geen informatie bekend is over de eerste nationaliteit van de ouders.

Om de personen van buitenlandse herkomst op te delen naar deze herkomstgroepen wordt eerst gekeken naar de eerste nationaliteit van de vader en vervolgens – indien deze van de vader onbekend of Belgisch is – naar de eerste nationaliteit van de moeder. Is die op haar beurt onbekend of Belgisch dan wordt gekeken naar de eerste nationaliteit van de persoon zelf, en is die ten slotte ook onbekend of Belgisch, dan wordt gekeken naar de huidige nationaliteit van de persoon zelf.